Wat zegt een aankoop over een museumdirecteur?

Museale kunstaankopen hebben in het verleden meer dan eens voor ophef gezorgd. Vooral tegen avant-gardekunst die in de ogen van de gemiddelde kunstliefhebber raar en onbegrijpelijk is, wordt met graagte geageerd. Wie herinnert zich niet de bijna-volksopstand eind jaren tachtig van de vorige eeuw toen het Stedelijk Museum in Amsterdam het lef had om Jeff Koons' Ushering in Banality voor 250.000 gulden aan te kopen. Zelfs op de nationale televisie werd bij monde van talkshowkoningin Sonja Barend een vloek uitgesproken over het keramische varkentje dat een aanval zou zijn op de goede smaak. Dat was het in werkelijkheid ook, maar de discussie werd nooit inhoudelijk gevoerd. Nog geen tien later haalde de Nederlandse staat via een vreemde constructie met De Nederlandsche Bank voor tachtig miljoen gulden Mondriaans laatste schilderij Victory Boogie Woogie met groot vertoon binnen. Ook nu sprak men weer schande van het astronomische aankoopbedrag voor een kunstwerk dat bij het grote publiek op weinig bijval kon rekenen. Wat opviel, is dat critici hun weerzin uitdrukten in geld. Kwaliteit of het ontbreken daarvan werd voortaan - door de sterk gestegen prijzen op de kunstmarkt - benoemd in getallen van zes nullen of meer. Het is jammer dat de verantwoordelijken voor de genoemde aankopen hebben verzuimd deze te verdedigen op inhoud. Beide werken zijn een belangrijke aanvulling gebleken op de Collectie Nederland en waren hun aankoopsom in meerdere opzichten dubbel en dwars waard.

Zo zie je dat een breed gedragen kritiek zonder goede argumenten misschien wel indruk maakt, maar niet standhoudt. Met andere woorden: laat mensen met verstand van zaken hun werk doen.

Vreemd genoeg geldt voor kunst die binnen de kaders van het betamelijke valt dat protesten vrijwel altijd achterwege blijven. De aankoop van een oude meester of een impressionist kan bij voorbaat rekenen op goedkeuring en gaat zelden gepaard met gemor over geldbedragen. Maar daarmee is niet gezegd dat een museumdirecteur ook automatisch visie en kennis bezit. Twee weken geleden maakte het Van Gogh Museum bekend dat het een pointillistisch werk van de Franse schilder Camille Pissarro heeft aangekocht voor een niet nader bekendgemaakt bedrag. Dat het schilderij vorig jaar niet werd verkocht op een veiling in New York, staat niet in het persbericht vermeld.

Je kunt je afvragen of het verstandig is een kunstwerk aan te kopen dat door de markt en dus ook door kenners terzijde is geschoven. Inhoudelijk is er op deze aankoop het een en ander aan te merken. Het schilderij Het Hooien, Éragny uit 1887 van deze bekende Franse impressionist mist ondanks het frivole kleurgebruik schwung en uitstraling. Het behoort tot een kleine groep experimentele schilderijen uitgevoerd in een combinatie van stevig aangezette streepjes en blokjes: Pissarro's eigen variant van het pointillisme. Volgens het museum gaat het hier om een ontbrekende link in de collectie, die de invloed van de stippeltjestechniek en van het bijbehorende kleurgebruik op Van Gogh goed laat zien.

Dat zal best, maar zo'n losse algemene verantwoording kan op heel veel werken worden losgelaten en toont niet aan dat het om een uitzonderlijk werk gaat dat de Collectie Nederland complementeert. Bovendien heeft de vorige directeur John Leighton in 2006 een Pissarro aangekocht van de allerhoogste kwaliteit, Route de Versailles, Rocquencourt uit 1871, een schilderij dat in een veel bredere negentiende-eeuwse context geplaatst kan worden en een echte missing link was. Zegt de kwaliteit van aankopen dus iets over het niveau van een museumdirecteur?



Column Vrij Nederland, 4 juni 2011
Column Vrij Nederland, 28 mei 2011
Column Vrij Nederland, 21 mei 2011
Column Vrij Nederland, 14 mei 2011
Column Vrij Nederland, 30 april 2011
Column Vrij Nederland, 23 april 2011
Column Vrij Nederland, 16 april 2011
Column Vrij Nederland, 9 april 2011
Column Vrij Nederland, 2 april 2011







Hoogte Kadijk 17 hs 1018 BD Amsterdam Tel 020 423 06 07 Mob 06 553 007 65 Mail info@baarsart.com