Goudzoekers: de markt trekt altijd richting de kunstgeschiedenis
Ronkende veilingnieuwtjes vormen sinds enkele jaren een nieuw genre op de pagina's van de dag- en weekbladen. Zo kopte Het Parool vorige week nog de nieuwsgierig makende tekst: 'Amsterdamse kunsthandelaar betaalt op veiling 2000 euro voor schilderij dat 70.000 euro waard is'. Zulke berichten zijn een direct gevolg van de goudkoorts die tv-programma's als Tussen kunst en kitsch en Cash op zolder en veilingsites als eBay en Marktplaats hebben aangewakkerd bij liefhebbers van oude spullen. Wat tot twintig jaar geleden een bezigheid was voor een select groepje insiders, trekt nu geïnteresseerden aan uit alle hoeken van de samenleving.
Naast vijftien minuten roem wordt iedereen de mogelijkheid gegund kunst- en antiekhandelaar te zijn. De spanning en sensatie, mede gevoed door wereldkundig gemaakte ontdekkingen, verhoogt de adrenaline bij de koopjesjager. Veilinghuizen worden onder de voet gelopen en veilingsites tot diep in de nacht afgestruind. Toch is de kans op een klapper niet heel groot. Er zijn veel kapers op de kust en er is altijd wel iemand net een tikkeltje slimmer of sluwer. Bovendien kan iedereen op internet veilinguitslagen en gedetailleerde marktinformatie vinden. Maar blijft u vooral zoeken, want net als de gevierde Amsterdamse handelaar uit Het Parool kan het geluk u op een dag toelachen.
Is er een manier om je kans op het ontdekken van een meesterwerk te vergroten? Een vraag die me regelmatig wordt gesteld en waarop ik bevestigend kan antwoorden. Speciaal voor Vrij Nederland-lezers zal ik een tipje van de sluier oplichten. Om de grote horde koopjesjagers voor te zijn, is een tegenovergestelde aanpak vereist. Door de (mode)bewegingen van de kunstmarkt te volgen, heb ik ontdekt dat er discrepantie bestaat tussen economische overwegingen en kunsthistorische aannames. Het komt er in het kort op neer dat de markt zich laat leiden door feiten uit het verleden, zoals veilinguitslagen en herkomst, terwijl de kunstgeschiedenis een werk liever beoordeelt op zijn eigen merites. Wie de marktfeiten durft te negeren en zich concentreert op de relatie tussen object en geschiedenis, kan zichzelf een lucratieve dienst bewijzen.
Voorbeeld: in de veiling van de bedrijfscollectie van Peter Stuyvesant, die vorige week plaatsvond in Amsterdam, was werk te zien van kunstenaars die om uiteenlopende redenen onbekend en onbemind zijn gebleven. Deels omdat ze niet goed genoeg waren, deels omdat ze pech hebben gehad. Neem de Fransman Joël Stein, een op-art-kunstenaar die vanaf de jaren zestig met optische effecten zoals felle kleuren, beweging en perspectief lichtvoetige schilderijen maakt die neigen naar het psychedelische. Na enig speurwerk bleek dat Stein behoort tot de vroege kern van de op-art-beweging, maar om een duistere reden is hij een voetnoot gebleven in de analen van deze beweging, die juist de laatste jaren sterk aan populariteit heeft gewonnen.
Voor mij was Stein tot vorige week een onbekende en ook op veilingen was hij niet eerder gesignaleerd. En dat terwijl het aangeboden werk niet onderdoet voor dat van zijn veel bekendere vakbroeders. Ten onrechte onbemind en dus voorzien van een positief koop- en verzameladvies. Het werd uiteindelijk verkocht voor tienduizend euro. Uiteindelijk trekt de markt altijd richting de kunstgeschiedenis en nooit andersom. Voor wie bereid is op deze wijze te kijken en te handelen liggen de ontdekkingen voor het oprapen en lonkt een vet gedrukte kop op de kunstpagina van Het Parool.
Column Vrij Nederland, 4 juni 2011
Column Vrij Nederland, 28 mei 2011
Column Vrij Nederland, 21 mei 2011
Column Vrij Nederland, 14 mei 2011
Column Vrij Nederland, 30 april 2011
Column Vrij Nederland, 23 april 2011
Column Vrij Nederland, 16 april 2011
Column Vrij Nederland, 9 april 2011
Column Vrij Nederland, 2 april 2011