Gouden bergen voor galeriehouders in India en China? Een bezoek

Het landschap van de internationale kunstmarkt is in sneltreinvaart aan het veranderen. Het aandeel van China in de wereldwijde handel in kunst en antiek is in 2010 verdubbeld tot bijna drieëntwintig procent. Dat is uitgedrukt in geld tien miljard euro. Ook andere oosterse landen zien hun aandeel in de kunstmarkt met de dag groter worden. Al die cijfers bevestigen wat analisten ons al langer vertellen: de nieuwe wereldmachten vormen de katalysator van het herstel van de economie, die een optater kreeg als gevolg van mismanagement in de westerse financiële wereld. Wie tussen de regels van The Wall Street Journal en de Financial Times door leest, bespeurt echter nog altijd een superioriteitsgevoel dat zo vanzelfsprekend is dat we het nauwelijks opmerken. De grammatica van het kapitalisme wordt als sjabloon over elke willekeurige deeleconomie gelegd. Analisten verdisconteren de morele westerse waarden in hun analyses. Daaruit ontstaat een beeldvorming die niet strookt met de werkelijkheid. Dat geldt ook voor de niet aflatende berichtgeving over de groeicijfers van de Chinese, Indiase en Indonesische kunstmarkten.

Als galeriehouder heb ik de afgelopen tien jaar met regelmaat kunst uit het subcontinent deze kant op gehaald. Het leek mij nu tijd de omgekeerde weg te bewandelen. Begin dit jaar vond ik mijzelf terug op Indiaas belangrijkste kunstbeurs India Art Summit in Delhi. Deze derde editie met vierentachtig deelnemers beloofde een ongeëvenaard succes te worden. Maar liefst 50.000 bezoekers hadden de vorige editie bezocht en vijftig procent van de aangeboden kunstwerken had een nieuwe eigenaar gevonden. Dat kon dus niet misgaan.

Voor ik mocht meedelen in dat succes moest mijn nering nog wel worden verscheept naar Delhi. De ellende begon met een alarmerend telefoontje van mijn lokale transportagent: er waren problemen met het papierwerk op de luchthaven van Delhi. Onzin, de papieren waren zorgvuldig volgens de voorschriften ingevuld. Of er nog wat geld kon worden overgemaakt om de handel vrij te krijgen. Wat volgde, was een reeks onvoorziene kosten waarmee mijn bijdrage aan de ontwikkelingshulp voor dit jaar weer voldaan is.

Mijn winstverwachting was voor aanvang al verdampt. Mijn beursstand hing met nietjes en ijzerdraad aan elkaar. Rondvliegende duiven mikten hun uitwerpselen met regelmaat op een kunstwerk of bezoeker. Druk was het zeker, maar ik zou liegen als ik hier zou schrijven dat de helft van de door mij getoonde Picasso-grafiek en werken van Anish Kapoor in India zijn achtergebleven. Vergeleken met mijn buitenlandse collega's mocht ik met acht verkochte kunstwerken niet klagen. Daags na de beurs las ik het officiële persbericht, dat melding maakte van 128.000 betalende bezoekers. Een grove leugen. Ter vergelijking: de grootste kunstbeurs ter wereld, de Tefaf in Maastricht, duurt tien dagen en had dit jaar een recordaantal van 75.000 bezoekers.

In de week na de beurs nam ik met verbazing kennis van de klakkeloos overgenomen persberichten in de westerse media. Je begint na zo'n ervaring aan alles te twijfelen. Wat zou er waar zijn van de economische groeicijfers die de overheden van India en China jaarlijks onze kant op sturen? Wie controleert die cijfers? In China is achterdocht ten aanzien van bijvoorbeeld exorbitante veilinguitslagen bij onbekende veilinghuizen een vereiste. Voor India geldt dat zolang alles wordt geregeld achter een mistgordijn van bureaucratie en corruptie er van een gereguleerde kunstmarkt geen sprake kan zijn. Hoe graag wij die ook door onze westerse bril willen zien.



Column Vrij Nederland, 4 juni 2011
Column Vrij Nederland, 28 mei 2011
Column Vrij Nederland, 21 mei 2011
Column Vrij Nederland, 14 mei 2011
Column Vrij Nederland, 30 april 2011
Column Vrij Nederland, 23 april 2011
Column Vrij Nederland, 16 april 2011
Column Vrij Nederland, 9 april 2011
Column Vrij Nederland, 2 april 2011







Hoogte Kadijk 17 hs 1018 BD Amsterdam Tel 020 423 06 07 Mob 06 553 007 65 Mail info@baarsart.com